Hoe speel je pickleball 1 tegen 1?
Enkelspel speel je op precies dezelfde baan als dubbel, met dezelfde regels: onderhandse service, de twee-stuiterregel, de keuken, tellen tot 11. Er is geen tweede serveerder, dus de stand bestaat uit twee getallen. Je serveert van rechts als je eigen stand nul of even is, en van links als hij oneven is.
Dezelfde baan, dezelfde regels
De baan is 6,10 bij 13,41 meter, voor enkel en dubbel precies hetzelfde. De service moet schuin en voorbij de keuken landen, de service en de return moeten stuiteren, en in de keuken mag je niet volleren. Alleen de serverende speler kan een punt maken. Op de club zie je bijna altijd dubbel, maar 1 tegen 1 mag gewoon.
Waar je serveert
Je plek volgt je eigen stand. Is die nul of even, dan serveer je van rechts naar het rechtervak van de tegenstander. Is hij oneven, dan van links naar links. Win je de rally, dan krijg je een punt en serveer je opnieuw vanaf de andere kant. Verlies je de rally, dan gaat de service naar de tegenstander: dat heet een side out. De stand roep je in twee getallen: eerst je eigen punten, dan die van de ander.

Wat je ervan merkt
Je dekt de hele baan alleen, dus je krijgt twee keer zo vaak de bal en loopt veel meer. Spelers die het een keer proberen, noemen het vooral een conditietraining. De diepe return en de derde slag worden nog belangrijker, want er is niemand die het gat naast je dicht.
Mini-singles
Het reglement kent ook een officiële variant voor twee spelers op een halve baan, mini-singles. Welke helft in het spel is, hangt af van de stand. Je komt hem in Nederland nog weinig tegen; op de club spreek je gewoon af of je de hele baan gebruikt.